Ik droom van een samenleving waarin mensen zich thuis voelen en elkaar als mens kunnen ontmoeten. Ik geloof dat we daarvoor een ruim hart en een ruime geest nodig hebben.

Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin iedereen tot zijn recht kan komen (Bolsenbroek & van Houten, 2010), dat is een definitie die mij wel aanspreekt. Want ‘tot je recht komen’ willen we toch allemaal wel denk ik en in een samenleving waarin ik ‘tot mijn recht kom’ wil ik wel wonen.

Maar ook al ben je van goede wil dan blijkt het realiseren van een samenleving waarin iedereen tot zijn recht komt iedere dag een grote uitdaging te zijn. Soms lijkt die uitdaging zelfs zo groot dat je kunt twijfelen over de haalbaarheid ervan in onze dynamische samenleving waarin zoveel culturen samenleven.

Nederland is een parlementaire democratie. Dat betekent dat alle Nederlanders met stemrecht elke vier jaar mogen kiezen wie hen vertegenwoordigen in het parlement (Tweede Kamer der Staten Generaal, 2016). Dat is een belangrijk recht, maar het is denk ik onvoldoende voor inclusiviteit. Uiteindelijk is de Volksvertegenwoordiging een vertegenwoordiging van een gekozen meerderheid en er zullen altijd mensen zijn die zich niet of onvoldoende vertegenwoordigd voelen.

Democratische wetten en regels zijn onmisbaar voor de bescherming en het welzijn van onze samenleving. Ze zijn ook onmisbaar voor het scheppen van een kader voor inclusiviteit in deze zelfde samenleving. Maar inclusiviteit gaat over meer dan wetten en regels, inclusiviteit gaat over de verhouding tussen mensen onderling. Tot je recht komen houdt onder andere in dat je gehoord mag worden, dat ieders stem gehoord mag worden en dat kan alleen als anderen naar je luisteren.

Inclusiviteit vraagt dus om de bereidheid om naar elkaar te luisteren, zelfs als er gesproken wordt over pijn en als wat gezegd wordt ongemakkelijk is om te horen. Echt luisteren betekent niet dat je het met de ander eens hoeft te zijn en je hoeft ook niet meteen met oplossingen te komen. Echt luisteren leidt meestal wel tot beter wederzijds begrip en als er uiteindelijk op basis van dit begrip toch oplossingen gevonden worden, zijn die oplossingen vaak duurzamer dan oplossingen zonder wederzijds begrip.

Volgens de Amerikaanse psycholoog Arnold Mindell is 'niet luisteren naar minderheden' een vorm van onderdrukking. Hij zegt het zo (mijn vertaling):

“Het gebrek aan interesse in de problemen van minderheden is een manier waarop de meerderheid groepen onderdrukt die weinig politieke macht hebben. Een andere manier is dat er soms verwacht wordt dat groepen snel over hun pijn en boosheid over onderdrukking in het verleden heen stappen. Waarom zijn we zo weinig tolerant voor de pijn van een onderdrukt persoon? We weten toch allemaal nog hoe pijnlijk het voor ons als kind was om door volwassenen onrechtvaardig behandeld te worden en hoe lang we daar boos en verdrietig over waren. Waarom hebben we dan zo weinig tolerantie voor diegenen van onderdrukte groepen die roepen over pijn van tientallen jaren of zelfs eeuwen van misbruik? Het is onderdrukkend om te verwachten dat een misbruikte minderheid hun negatieve “projecties” terugneemt en hun mond houdt alleen omdat de meerderheid niet tegen de “herrie” kan. Mensen lijden niet alleen onder misbruik vanuit het verleden maar ook onder de huidige intolerantie voor zijn of haar pijn.” (Mindell, 2014)

Echt luisteren is nog niet zo gemakkelijk als het lijkt. Maar je kunt het wel leren en misschien kom ik daar in een andere blog nog wel op terug.

 

Verwijzingen
Bolsenbroek, A., & van Houten, D. (2010). Werken aan een inclusieve samenleving. Goede praktijken. Amsterdam: Boom/Nelissen.

Mindell, A. (2014). The Leader as Martial Artist: Deep Democracy Leadership in Conflict Resolution, Community Building and Organizational Transformation. San Francisco: Deep Democracy Exchange.

Tweede Kamer der Staten Generaal. (2016, mei 30). Hoe werkt het? Opgehaald van Tweede Kamer der Staten Generaal: https://www.tweedekamer.nl/hoe_werkt_het/de_nederlandse_democratie