Ik wandel over straat en geniet van de omgeving, de zon schijnt en er lopen schapen in de wei, er zijn spelende lammetjes bij. Over het water van de rivier de Aa komt langzaam een bootje naderbij, ik sta stil en kijk ernaar. Het is een rondvaartboot met een gids en een groepje mensen. Plotseling spring ik opzij als een auto mij rakelings passeert. Ik had de auto niet bewust horen of zien aankomen omdat ik zo opging in de omgeving, hij was er ineens. Mijn hart klopt in mijn keel, ik bal mijn vuist en woedend roep ik de auto na hoe schandalig het is om zo hard te rijden terwijl ik hier sta, wat een idioot is die chauffeur!

 

Als ik weer wat gekalmeerd ben denk terug aan die jongen in mijn jeugd die ik kende. Hij was wezen sporten en op weg naar huis werd hij geschept door een auto. De automobilist had hem niet opgemerkt en was doorgereden. Het was een ongeluk, maar ik voel opnieuw de woede en het ongeloof dat dit zomaar kon gebeuren en vooral ook het verdriet dat ik voelde toen het net gebeurd was.

Dan kijk ik weer om mij heen, voel opnieuw de zon op mijn huid en zie de lammetjes spelen in de wei. Ik maak weer contact met mijn omgeving en kom tot rust en wandel verder. Als ik even later het dorp in wandel word ik aangesproken door een vrouw. Ik ken haar en haar man van de korte gesprekjes als we elkaar tegenkomen tijdens het wandelen, aardige mensen. ‘Mijn man is overleden’, zegt ze. Ik kijk haar aan en luister. Ze vertelt hoe het al een tijdje niet goed met hem ging. Hij moest opgenomen worden in het ziekenhuis, dat wilde hij eigenlijk niet maar het kon niet anders. Ze vertelt hoe het ging van dag tot dag, hoe ze er voor hem was in het ziekenhuis. Hoe ze voor hem opkwam en zorgde dat hij een goede verzorging kreeg. Hoe ze bij hem was tot op het laatst. Ze vertelt over vroeger, hoe het was toen hij nog goed was. Ik zie haar verdriet en voel ook tranen in mijn ogen. We praten nog even verder en nemen dan afscheid. Ik loop in gedachten verzonken weer verder, op weg naar huis.

Thuis ga ik zitten onder de parasol in de tuin, ik neem er wat te drinken bij en ontspan. Ik sluit mijn ogen en reflecteer op het leven, op mijn leven en op de zin en de onzin van het bestaan.

 Lammetjes