Landschap

De toegang tot onze diepste identiteit verloopt niet via mechanische analyse. We moeten leren luisteren naar onze ziel en haar wijsheid verwoorden in een poëtische en mystieke vorm. 

John O’Donohue, Anam Cara (zielsvriend): spirituele wijsheid uit de Keltische wereld.

Innerlijk landschap

Het leven, levenservaringen, als een landschap. Hoe begin ik?

Als je geboren wordt en opgroeit in een vallei, dan ken je alleen dat. De beken, de bomen, de velden, de dieren, de mensen en de hemel boven je: wolken, regen en zonneschijn.

Dit is je wereld.

Dan op een dag, begin je te klimmen.

Omdat het moet, of omdat je het wilt omdat het past bij de reis van je leven. De weg tegen de berg op is moeilijk, het klimmen is zwaar. Hoger en hoger en steeds verder. Je komt in de mist, de wolken hangen laag, het is nat en er waait een harde koude wind. Er zijn hier geen bomen, alleen stenen en wat gras. Het pad is onzichtbaar geworden. Oriënteren is haast onmogelijk. Toch ga je verder, steeds verder omhoog.

Dan na een eindeloos lijkende klim bereik je het hoogste punt. Je zoekt een plekje uit de wind op de harde keien. Comfortabel is het niet, maar je hebt de rust nodig.

Na een tijdje sta je op. Je reist verder. Naar beneden gaat het nu. Sneller dat wel, maar je voelt je beenspieren vermoeid raken en soms is het pad verraderlijk glad. Het gevaar op ‘schuiven’ en ‘uitglijden’ is nu groter. Eindeloos verder ga je. Na een tijdje merk je dat je verder kunt zien. De wind is nu minder sterk. Je komt weer onder de mist van wolken vandaan.

En daar opent zich een nieuw uitzicht, een andere vallei. Een nieuwe omgeving, een ander perspectief, nieuwe ervaringen en een nieuwe kijk op de hemel. Natuurlijk heb je spierpijn, je lijf is moe en je gewrichten doen pijn. Misschien heb je kneuzingen en schrammen opgelopen, maar die zullen genezen. Soms blijft er een litteken over, als teken van de reis.

Een nieuwe vallei, een nieuwe horizon, ligt voor je, open – telkens weer.