Ik ben kleurenblind.

Nee, die uitspraak vind ik te sterk, want ik zie wel kleuren.

Beter is misschien te zeggen dat ik gedeeltelijk kleurenblind ben. Ik heb moeite met het zien van de kleuren rood en groen. Tenminste, dat blijkt uit de testen. Ik kan niet goed uitleggen wat ik dan wel zie en meestal ben ik me ook helemaal niet bewust van mijn gedeeltelijke kleurenblindheid. Maar ik word ermee geconfronteerd zodra iemand iets zegt als: Kijk die mooie rode klaprozen in het gras! Of wat een mooie kersen in die boom! Ik moet mij dan extra inspannen om dat te zien, als ik ze al zie. Het maakt mij er nog meer van bewust hoezeer de wereld die ik zie door mijzelf 'gekleurd' wordt.

Bij land- en wegenkaarten wordt in de legenda vaak met kleuren gewerkt. Dat is helpend bedoeld, maar voor mij is het frustrerend, ik raak er volledig de weg door kwijt. Sommige gedrukte teksten zijn niet of moeilijk leesbaar vanwege de gekozen kleurencombinatie. Ik irriteer me dan aan die ongelukkige keuze voor de gebruikte kleuren.


Gekleurde-luchtIn de natuurkundelessen op school leerde ik dat kleur geen eigenschap is van het voorwerp dat wij zien, maar een eigenschap van het licht dat erop valt. Licht dat door een glasheldere kleurloze prisma schijnt, valt uiteen in kleuren via rood, oranje, geel, groen en blauw naar indigo en violet. Dat biedt ook de verklaring voor het ontstaan van een regenboog: het zonlicht dat door waterdruppels schijnt toont al die kleuren.
Je kunt zeggen dat wij een voorwerp niet zien, maar alleen het licht dat erdoor weerkaatst wordt. Een ondoorzichtig voorwerp absorbeert een deel van het gekleurde licht dat erop valt. De kleuren die door het voorwerp geabsorbeerd worden ‘zien’ wij niet meer. Maar de kleuren die weerkaatst worden zien we juist wel. Dat werkt bijvoorbeeld zo: een ‘rode’ roos absorbeert de kleuren geel en blauw en weerkaatst de kleur rood. Zo zien wij een rode roos.


Maar wacht eens even! Dat betekent dat de kleur rood door de roos afgewezen (weerkaatst) wordt. En ironisch genoeg is dat juist de kleur waarin wij de roos gekleed zien!


Wat zegt dat in overdrachtelijke zin over mij, over de zaken die ik afwijs en hoe anderen mij waarnemen?